YOSEIKAN BAJUTSU

Japanse krijgskunst te paard.
Erkend door Ligue Equestre Wallonie-Bruxelles et la Fédération Royale Belge des Sports Equestres

Français Nederlands Italiano Deutsch English
Home Presentatie Kalender Historiek De graden Technische fiches Informatie Photos Links Sitemap
Laatste update : dimanche 20 mars, 2005
Presentatie
Kalendar
Historiek
De graden
Technische fiches
Informatie
Photos
Links
MILITAIR PAARRIJDEN


Het schijnt dat in de geschiedenis van de mensheid het paardrijden geboren

Armure du XVIIIè siècle - Les armoiries figurant sur le casque et la jupe d'arme sont appelées "neuf étoiles", tandis que celles de la cuirasse sont dites "glycines descendantes". On les retrouve sur l'éventail suspendu au plastron, mais enserrant le chiffre 1. La réunion de ces armoiries désigne le clan Naitô, famille de daimyô descendant de l'illustre et ancienne famille Fujimara.zou zijn in Centraal-Azië, verschillende eeuwen voor ons tijdperk. En dat het de Mongolen waren die als eersten de meest nobele verovering van de mens bereden. Waar het paard elders, eenmaal huisdier gamaakt, enkel diende om lichte karren te trekken, niet om ermee te strijden. Men vond het zadel, het bit en de stijgbeugel (IIIde tot Vde eeuw voorC) pas veel later uit Dit na de uitvinding van het ossejuk en de borstriem (rond 900 voor C), die toestaat de paarden in te spannen voor zware ladingen zonder ze op te hangen.

Deze details lijken van geen belang, maar bewijzen nog eens dat deze "kleine" dingen grote gevolgen kunnen hebben voor het dagelijks leven, de industrie en de oorlogsvoering. Verworvenheden die men niet kan uitleggen als men de kleine details die alles veranderen over het hoofd ziet.

Zoals van de knots naar het stenen zwaard, evolueerde men naar de koperen,  gegoten degen.. Om vervolgens het geniale idee te krijgen koper met tin (die niet afkomstig waren uit dezelfde regionen) te mengen teneinde bronzen degens te verkrijgen die de koperen braken. De ijzeren degens, langer en steviger, verbrijzelden deze van brons(breekbaar). En het staal brak het ijzer. De gehele techniek verandert en maakt invallen en veroveringen mogelijk. Nu is men toe aan de laser die het staal snijdt. Er waren ook klimathologische veranderingen waarover de historie weinig praat (mini-ijstijd of mini opwarmtijd). Zo komt het dat een afkoeling de Vikings naar het zuiden dwong. En de Mongolen van de steppen van Asië naar China en Europa. De mongoolse troepen trokken Oost-Europa binnen ondanks de weerstand van de bewoners en hun kennis van de oorlogskunst daar deze te beboste streek niet genoeg eten kon verschaffen aan hun duizenden paarden (zonder rekening te houden met een dramatische mini-ijstijd). De Mandchous vertrokken eveneens voor dezelfde reden naar het zuiden.

Soms waren het andere redenen die alles overhoophaalden. Een epidemie (pest, cholera, typhus,
pokken) ontvolkte een regio of natie zodanig dat een verovering mogelijk was. Het bit en dan de stijgbeugel waren ook zo'n kleine dingen die alles veranderden voor het  "Paardrijden". Men kon besturen, een wispelturig paard beheersd rijden. Men kon zich oprichten in de stijgbeugels, de galop opvangen (en beter schieten met boog of vuurwapen), en zich omdraaien door de borst te draaien (onmogelijk zonder stijgbeugels) om naar achteren te schieten of met de sabel te strijden. De amerikaanse indianen, die zonder zadel en stijgbeugels reden, hadden daarmee een probleem.La bombe du casque, composée de 62 lamelles de fer, porte la signature de Yoshinori, armurier de l'école Myôchin ayant travaillé durant le deuxième quart du XVè siècle. La cuirasse, par contre, en deux parties, est plus tardive et semble remonter à l'ère Genroku (1688-1703). C'est de la même époque que pourraient dater les épaulières, la jupe d'arme, le masque avec son gorgerin et les ornements du casque.

De Mongolen waren te vrezen ruiters niettegenstaande ze hun half-wilde paarden  zonder zadel of bit (een lederen riem zat rond de keel) reden. Het paard is pas laat belangrijk geworden in Japan, rond de Vde-Vide eeuw denkt men.

Het mongoolse bloed deels aanwezig in elke japanees, is het normaal dat elke militair die een paard bezat (zeldzaam en duur) gepassioneerd was door de Kunst van het Militair Paardrijden. Maar dit was enkel het erfdeel van de adel. Intussen moet men weten dat het japanse paard meestal, evenals het mongoolse, chineese en koreaanse, een kleine doch robuuste poney was. Oude voorstellingen tonen waardigheidsbekleders die met hun voeten bijna de grond raken. Deze poney was wollig 's winters, volhardend en traag, zwaar maar met een "moeilijk karakter". Op het slagveld moest men een goed ruiter zijn, zeker toen de vuurpijlen (mongools tijdperk) verschenen en daarna de vuurwapens, dan de canonnen (vanaf de jaren 1500).Vergeleken met de grote en nerveuze volbloeden in die tijd in het Westen, met de mustangs en de nerveuze arabieren (kleiner dan die in Europa), is het verschil belangrijk. Dit ras bestaat nog in Azië en … in de franse Pyreneën, in Baskenland, waar deze paarden Pottocks genoemd worden.

De eerste paarden zouden verschenen zijn in Azië, vanwaar ze zich verspreid zouden hebben naar het westen (Midden-Oosten en Europa) en naar het oosten, via de Behring-Straat naar  Amerika (verbonden met Eurazië, het zeeniveau was 80 tot 100 m lager 20000 jaar geleden). Ze verdwijnen vervolgens in Amerika, waar ze terug binnengebracht worden door de Conquistadors tussen 1492 en 1500. Ze evolueren (door menselijke- of natuurlijke sekektie) zodanig bij de mediteraanse volkeren dat, bij voorbeeld, verschillende eeuwen voor C de chineese bestuurders voor griekse hengsten gouden prijzen betaalden, in die tijd met zijde-rollen (waarvan het geheim behouden bleef tot de Vide eeuw naC), om kruisingen te bekomen of 
voor de reproduktie. Paarden hadden een voorkeurplaats op de lijst van cadeaus uitgewisseld tussen het Ensemble destiné au tir à l'arc et comprenant quatre pièces : 1. Petit arc (env. 70 cm) recouvert de laque avec application de brocart. 2. Flèche dite "navet" (kabura-ya) comportant un sifflet d'ivoire au-dessous du fer, lequel est en "ailes de grue" (karimata) avec un petit coeur ajouré. Entre 1600 et 1650. 3. Grand carquois en bois laqué noir (utsubo) avec motifs en or ; sur le couvercle, motif dit "des neuf étoiles" (kuyô), et sur le corps, celui des trois feuilles de mauves en un cercle, ces deux motifs formant les armoiries des daimyô Okudaira de Oshi, appelés aussi Matsudaira. Ht. 95 cm. 4. Grand carquois en bois laqué noir (utsubo) avec motifs multicolores de vagues, de branches de prunier en fleurs et de grues, avec les armoiries des daimyô Mizoguchi de Shibata en Echigo (aujourd'hui préfecture de Niigata). Oosten en China, en tussen China en Japan. De grote Uji van de Samurai (Families, Clans) fokten paarden, ieder zijn geheimen bewarend. De Nambu Clan - paarden waren gerenomeerd in heel Japan.

Er bestonden gespecialiseerde Scholen. Zowel voor de stategie te paard (alleen of in groep) als voor de individuele gevechtstechniek. De kunst van de Ba-Jutsu omvatte wat elke militair, japanees, chinees of oosterling moest kennen : perfekte beheersing van en begrip voor het paard, hindernisspringen, houding bij het oversteken van rivieren (Sui-Bajutsu) veel voorkomend in Japan, het te paard springen vanaf grote hoogtes, versteviging van de heupen (Norikata) om de lange uren te paard te kunnen verdragen en een stevige zit te bewaren om te vechten : met degen, gebogen sabel, Yari, Naginata en vooral het bereden boogschieten. En om aan de wapens van de voetgangers te weerstaan: dezelfde alsook speciale wapens om te ontwapenen zoals deze soorten van haken met één of meerdere tanden. De immense sabels, No-Tachi et Jin-Tachi om voetgangens buiten gevecht te stellen als men te paard was, en om de benen van de paarden of hun ruiter af te slaan als men te voet was.

Dit aangaande, is het nodig te herinneren dat er gelijkenissen bestonden tussen het Westen en Japan (het paard gereserveerd voor de aristocratie) maar ook belangrijke verschillen op het vlak van oorlogsvoeren. Zoals, terwijl het boog-schieten (te voet of te paard) beschouwd werd in het feodale Europa als "niet-nobel" (eveneens alle werpwapens), in Japon de boog bijna het erfdeel van de aristocratie was. Er waren gelijkenissen in ijdelheid, enkel de hoogst gegradueerden en waardigheidsbekleders hadden het enig privilege paard te rijden, uitgezonderd, natuurlijk,enkele speciale cavaleriekorpsen, de wachten en de boodschappers. Een ander verschil was, in de vele gewoontes die tegengesteld zijn tussen het Westen en Japan, dat de Japanner opsteeg rechts van het paard, zijn lichaalmsgewicht naar achter brengend, en in Europa men links opsteeg (rug naar hoofd van het paard gekeerd) met de linker voet, het lichaam geplooid naar voor brengend om op te stijgen.

Het japans zadel was in hout, met voor en achter een boord. Op het slagveld was het paard beschermd (uitgezonderd de benen) door een licht lederen harnas, met metalen platen, en een metalen voorhoofdsplaat. De Samurai-ruiter hield een teugel in elke hand en maakte ze om te vechten vast aan een ring van zijn harnas. Met de knieën sturend en zich in de richting buigend waarin hij wil gaan. Zo zigzaggend de tegenstrever naderend, om de pijlen te ontwijken en de zijne ononder-broken te lanceren (zeker na de ondervinding van de mongoolse invallen, waar deze techniek gebruikt werd).

Het boogschieten te paard werd Kisha (literaal « boogschieten op een paard dat rent ») genoemd.

De stijgbeugels, in dewelke de voeten volledig pasten, waren aan het zadel vast, zo gemaakt om het water te laten doorstromen daar de oorlogscampagnes akties noodzaakten met doorsteken van de vele rivieren, stromen, zeearmen aanwezig in Japazn (Sui-Bajutsu).

La bombe, composée de 16 lamelles bombées et de forme dite kôshôzan, semble remonter à l'époque Muromachi et pourrait dater du XVè siècle. Le protège-nuque est de forme très évasée et doit être, comme la visière et les ailerons, plus tardif, peut-être du XVIIIè siècle.

De fysiche training zonder wapens omvatte acrobatieën et stunts maar ook het lijf aan lijf-gevecht, zoals sommige Sutémis waar de ruiter zich opofferde om de andere ten val te brengen.

Er waren ook handelswijzen om de vijand stil te benaderen. Door het bit met stof te bekleden, en de neus van het paard in een speciale zak te steken (Bai) om het zo te verhinderen te hinniken. Het onderricht van het paard was heel belangrijk, teneinde het waden te laten doorsteken, bermen en zelfs rotswanden te laten springen, zich neer te leggen, enz … Deze oefeningen gebeurden rondom de Dojos van de Uji (Families, Samuraiclans, die duizenden en zelfs tientallen duizenden Samurai konden uitmaken, met forten, kasernes, dojos, schietstanden, kunstmatige vijvers voor de watertraining van de paarden en het zwemmen met wapenuitrusting).

In de edukatieve spelen op gebied van de krijgskunst, bestonden er 3 types geliefde trainingen :

  • De Yabusame

Schieten op 3 opeenvolgende cibels in gestrekte galop (de 3 verenigde en erna vijandige koninkrijken van Korea voorstellend), met fluitende pijlen, Kaburaya genoemd. Hedentendage blijven er maar enkele Scholen over, waaronder de Takeda-Ryu (Hosokawa-Ryu) en Ogsawara-Ryu, beiden afstammend van de familie Henmi (Clan Genji). De moderne Yabusame wordt Kisha-Hasami-Mono, genoemd en beoefend met het ritueel Shinto in de herfst.

  • De Togasagake

Schieten op 80-100m op een vastgemaakte hoed, gedaan in galop, of door dichtbij schieten "Kasagake", in beide gevallen met pijlen met een bol voorzien.

  • De Inuoimonoi

Schieten op achtervolgde hond. Voor de Heian-periode op apen, damherten, en losgelaten hondenbinnen een omheining. Met normale pijlen, of voorzien van een bol om niet te doden, "Hikime" genoemd.

 

 

Quatre hallebardes (naginata) : 1. Hallebarde à hampe décorée de nacre du XIXè siècle, mais avec une lame splendide signée "Gammaku" et datée du premier jour du 8è mois de la 5è année de l'ère Genna (= 1619). 2. Hallebarde de forme nagamaki, composée d'une belle lame de 75 cm et d'une hampe assez courte ornée de nacre du XIXè siècle. La fusée de la lame ayant été raccourcie, la signature n'est plus lisible, mais il est possible de préciser la provenance : un atelier du Yamato (région de Nara, et l'époque : l'ère Nambokuchô (1332-1392). 3. Hallebarde à hampe ornée de nacre du XIXè siècle. La lame, excellente et rare, est signée "Kanemachi", forgeron qui travailla durant l'ère Eiroku (1558-69). 4. Hallebarde comprenant une hampe ornée de nacre du XIXè siècle et une bonne lame signée "Fujiwara Sadayuki", forgeron qui travailla dans la région de Bongo-Takada, au Kyûshû, durant l'ère Tenna (1681-83).De Japanners, zoals de Mongolen en nog meer de Chinezen, waren ekstreem handig in wat men kan noemen acrobatieën en stunts te paard. Deze vergemakkelijkt door de kleine taille ven de asiatische paarden en door de zadels voorzien van handvaten.

Te noteren valt dat de gebogen vorm van de Katana op punt gezet werd voor het gevecht te paard (in het Westen was de sabel gebogen voor het gevecht te paard). Voor het Nara-tijdperk, was de sabel voor het gevecht te voet recht zoals in Korea en China. Om veschillende redenen (de nobelen imiteren met hun Tachis was zich vernobelen als Samurai), bleef de gebogen vorm behouden voor de grondgevechten toen het paard in ongenade viel.

De Ba-Jutsu heeft verschillende periodes van verval gekend (uitgezonderd voor de aristokratie). Tijdens de burgeroorlogen, met speciale Yari en wapens (een soort hark) was het te gemakkelijk voor een voetganger de  ruiter te grijpen of te bereiken, en zelfs de pezen van het paard door te snijden. Er was een tweede verval na de invalspogingen van de mongolen (1281). Belangrijker in het begin van de periode van Muromachi (1336), en terug in verval als de burgeroorlogen hernemen (begin XVIde eeuw). Dan een heropleving en het definitieve verval als Oda Nobunaga (getoont in de
film « Shogun »), anti-conformist et fijne strateeg, systematisch musketten in het gevecht deed gebruiken rond 1600 en op de paarden liet richten in plaats van op de ruiters : zijn troepen gewapend met musketten verscholen zich achter palissades en slachtten de in galop gelanceerde paarden af alvorens ze de eerste linies konden bereiken. Op het einde van de periode waarin de kaste van de Samurai verdween en het dragen van de sabel verboden werd (1876), telde men nog meer dan 50 verschillende Ba-Jutsu - scholen in Japan, waarvan de oudste – daterend van de XVde eeuw – Otsubo-Ryu was.

Selle (kura) en bois avec étriers assortis (abumi). Ces trois pièces, réalisées autour de 1740, sont recouvertes d'une laque de style nashiji, c'est-à-dire incorporant de l'or, avec un décor en léger relief (taka-makiye) représentant des branches de bambou et le symbole héraldique des trois feuilles de mauve (aoi go mon) utilisé par les shôgun Tokugawa.

Stany LEDIEU [Vertaling originele tekst door Dirk Gasthuys]

 

Contactez nous : info@bajutsu.com
Copyright - Bajutsu - Tous droits réservés-1999/2005
Stany LEDIEU - 440 chaussée de Namur à 5030 BEUZET (BELGIQUE)
Tél/fax 32(0)81/56.08.18 - Portable 32(0)475/76.94.39
webmaster