|
Ons boogschieten (te paard) is een instinctief schieten.
Het mikken bij het instinctief schieten bestaat er
vooral in om niet te mikken. 't Is te zeggen dat de
hersenen alle parameters van de vlucht van uw pijl
opnemen : snelheid, trajekttrajectoire, schiethoek,
sterkte van de boog. Ze assimileren deze tijdens de
trainingen door de systematische herhaling van dezelde
handeling. Eenmaal deze gegevens ingewonnen, geven
de hersens de schietpositie door aan de ledematen.
Het is aangeraden steeds hetzelfde gewicht van pijl,
dezelfde weerstand van de pijlbuis, hetzelfde
gewicht van de punt te behouden voor dezelfde sterkte
van de boog. De concentratie van de schutter is van
kapitaal belang. Eenmaal het te bereiken doel in zicht,
laat de boogschutter dit niet meer los. De boog en
pijl moeten zich samensmelten ten voordele van de
aktie.doivent.Om het gezichtsveld op het doel te verruimen
wordt de boog lichtjes schuin gehouden. Deze positie
van de boog laat eveneens toe de pijl beter te dragen
op de pijlhouder tijdens het snelschieten. Door deze
techniek te ontwikkelen, bekopmt men de indruk dat
de pijl reeds in de roos zit voodat
hij zelfs afgeschoten is.
De manier van vastnemen van de pijl in het snelschieten
is mediteriniaans (of sigarethouding) : Één vinger
boven, twee onde de aanleg.
Sommigen gebruiken geweerloophouding (drie vingers
onder) voor het instinctief schieten. Feitelijk kan
deze manier gebruikt worden voor het schieten te voet.
De drie vingers zijn dus tesamen onder de aanleg.
Het ankerpunt (plaats van het gezicht of het lichaam
waar de schutter zijn hand en geheel koord-aanleg
naartoebrengt) plaatst zich onder de ogen en de schutter
mikt dan langs de schacht van de pijl zoals bij een
geweerloop. De schutter weet dan dat hij zijn pijl
zoveel centimeters onder het doel bij korte afstand,
in de roos op een ander afstand en op zoveel centimeters
boven het doel bij verdere afstand moet plaatsen.Deze
techniek kan ontegenspekelijk doeltreffend zijn maar
heeft negatieve aspekten : boven de afstand waar men
kan richten door de pijlpunt in de roos te plaatsen,
verbergen pijl, handhandvat de juiste plaats om het
doel te bereiken. Temeer dat de drie vingers onder
de aanleg geplaatst een hoek in de koord creëren zodat
deze daar ze enkel op de bovenste helft steunneemt
systematisch een harde slag krijgt. Herhaling ervan
en het leeg afschieten van de boog (60% faktor voor
breken van boog)kunnen het breken van de aanleg veroorzaken.
Een handige variante aan het schieten als geweerloop
bestaat erin om systematisch op het
midden van het doel te richten en de hand met de aanleg
te verplaatsen langs het gezicht. De verhoging is
hier dus gedaan door een ingebeelde graduatie vertrekkende
van de wang. naar de mondhoek. Voordeel ervan is het
voorkomen van het zichtveldverlies op grote afstand.
Het is onnodig de technische gegevens uit te diepen
aangaande nokregeling, koord , enz…, In ieder geval
is een goede manier om de nok te regelen de volgende
: als uw pijl het doel raakt met de greep naar boven,
verlaag uw nokset, met de greep naar onder,verhoog
dan de nokset.
Het is geweten dat de mediteriniaanse manier in het
algemeen een betere pijlkontrole toelaat Bij verplaatsingen
of tijdens snelschieten. Belangrijk bij deze manier
van aanleggen is om de vingers niet dicht te knijpen
op de aanleg daar de pijl enerzijds de tendens heeft
uit de pijlhouder te wippen en daar anderzijds het
schot zal afgebogen worden.
 |
Het gaat hem om
de simpelste aanleg (gebruikt tenandere door
alle kinderen op de wereld) Het is voldoende
de pijl tussen duim en wijs-Lvinger te nemen.
De gebruikte pijl bij deze methode heeft over
het algemeen een verdikking aan de hiel die
gegroefd of ruw is voor een betere pak. |
 |
De pijl wordt vastgehouden
door de duim en De geplooide wijsvinger, maar
de midden- en ringvinger gedragen op de koord,
laten de schutter toe een sterkere boog te
gebruiken |
 |
Bestaat erin de
wijsvinger bijna recht en niet geplooid te
houden (zoals in de twee vorige methodes)
en het uiteinde van de midden-en ringvinger
trekken de koord, de pijl vastgehouden tussen
de uiteinden van de duim en de wijsvinger. |
 |
Bestaat erin de
koord te trekken met het uiteinde van de wijs-,
midden- en ringvinger; de duim is inert en
de pink wordt bijna nooit gebruikt. Wijsvinger
boven, midden- en ringvinger onderde aanleg.
Variante : de wijs- en middenvinger
gebruiken Daar men mmeer kracht heeft of
omdat de Boog minder krachtig is.
|
 |
De koord is naar
achter getrokken door de geplooide duim terwijl
de wijsvinger zich rond het uiteinde van de
duim plooid om deze te helpen zich op zijn
plaats te houden. De pijl wordt ter hoogt
van het samenkomen van de wijsvinger en de
duim gehouden. |
Stany
LEDIEU
|