|
Gaat het over boogschieten of eender ander oefening,
dan maakt het aanleren van het paard volgens "de methode"
een primordiaal aspekt van de praktijk uit. Er wordt
gevraagd aan de beoefenaar te leren boogschieten te
voet alvorens deze oefening op de rug van het paard
te deon, het is zelfs opportuun zich bezig te houden
met een voorbereiding van het paard zodat het de schutter
op zijn rug verdraagt. We kunnen nooit genoeg aandringen
op het feit dat het mogelijk is enorm veel oefeningen
te doen met een paard als het er maar toe voorbereid
is. Deze voorbereiding wordt in etappes gedaan (progressief
vragen we meer en meer van het paard) en moet het
werk zijn van zeer geduldige "africhters".
Vooraleerst moet het paard aanvaarden in een "gang"
te vorderen, of die nu gevormd wordt door gekleurd
afbakeningslint of gelijk welk ander materiaal (deze
opleiding kan gedaan worden zowel bereden als met
de ruiter te
voet naast zijn paard).
Er moet met het paard langs het doel gereden worden
en het daarna de pijlen en de boog getoond worden
(de tijd laten aan het paard om de zaken die het
als nieuw ervaart te bekijken en te ruiken).
Over het algemeen zal het paard, dat men aan verschillende
situaties blootgesteld en gewend heeft, quasi direkt
geneigd zijn het werk van het boogschieten te aanvaarden.
Vandaar het belang om de ervaringen gedeeld met uw
paard of een manegepaard maximaal uit te breiden.
Is het paard schrikkerig, dan zijn er misschien enkele
minuten nodig om het te gewennen aan het zien van
een aanvaller (mens) die een voorwerp (boog) in de
hand houdt. Teneinde het gerust te stellen gebruikt
de ruiter een kalme stemintonatie en een gelike toon,
hij stelt het paard gerust door het aan de boog te
laten ruiken waarmee hij het daarna aait (als het
paard tekenen vertoont van vertrouwen en tot rust
komt).
Eenmaal dit bekomen, kan de ruiter met de pees van
de boog spelen zoals hij harp speelt. Doch niet leeg
schieten met de boog (wat riskeert deze te breken),
maar de koord te laten trillen om zo een licht « klepperen
» van de boog te bekomen.
Het is vervolgens belangrijk zijn paard in de nabijheid
van een boogschutter te voet te plaatsen, die kalm
en traag pijlen afschiet naar een doel geplaatst op
in 5 of 6 meter. Het paard moet enkele minuten in
deze positie gehouden worden zodat het vrij kan kijken
naar wat er gebeurd en het kan wennen aan het geluid
van de pijl die het doel raakt. Wat er eigenlijk vaak
gebeurd bij een bereden schieten, is een versnelling
door het paard op het moment van het schot. Dit kan
veroor-zaakt worden door verschillende zaken :
- Het spel : het paard dat men zonder ophouden in
de gang doet galoperen wordt onkontroleer-baar daar
het zich amuseert in deze situatie (waarvoor het
belang om vaak de gangen te variëren als men in
een « gang » werkt).
- Het verlies van kontakt gebeurd op twee manieren.
Eenvoudig door het feit dat men de twee handen nodig
heeft om pijlen af te schieten, zodat de ruiter
zijn teugels lost. Maar ook daar de ruiter lichtjes
uit zijn zadel komt (halve zit) door de schouders
iets naar de paardehals te brengen, wat, voor sommige
paarden, kan geïnterpreteerd worden als een vraag
om te versnellen.
- Het zien van de boog : een voorwerp verplaatsend
in het zichtsveld van het paard, kunt u zich verwachten
aan dezelfde reakties als deze verkregen bij het
zien van een zweep. Het paard vlucht voorwaarts
door het vluchtinstinkt ontwaakt door de schrik
voor iets waaraan het paard niet voldoende gewend
is.
- Het geluid : dat veroorzaakt door de boog tijdens
het schieten, maar meestal (zie vooral) dat van
de pijl die het doel raakt en er zich inboort.
Ziehier enkele goede redenen om genoeg tijd te nemen
in de etappes te voet, wat het verdere werk zal vergemakkelijken.
Identiek aan het werk te voet.
De gang, het doel, de boog en de pijlen tonen aan
het paard.
Het dichtbij een boogschutter plaatsen en die vrij
en in alle kalmte laten observeren (als uw paard opzijgaat
na het eerste schot, kan u het gerust stellen door
ernaast een « Schoolpaard» te plaatsen dat het werk
goed kent).
Na enkele handelingen met de boog (de boog van links
naar rechts bewegen, het paard ermee aaien en het
eraan laten ruiken teneide het te ontspannen en gerust
te stellen), kan de ruiter de pees laten trillen teneinde
nogmaals het paard voor te bereiden en te gewennen
aan het geluid van het afschieten.
De ruiter gaat dan over tot het eigenlijke schieten
volgens verschillende etappes :
- In stilstand : het paard haaks ten opzichte van
het doel geplaatst kan door een hulp te voet vastgehouden
worden. Tijdens de eerste schoten, blijft de ruiter
(uitzonderlijk) in het zadel zitten en brengt zijn
schouders lichtjes naar voor teneinde een eventueel
ongelegen vertrek van het paard, wat zeker de ruiter
uit zijn evenwicht zal brengen en een val zal veroorzaken,
op te vangen.
- In stilstand.en halve zit.
- In stilstand.en halve zit en zonder hulp.
- Op stap, met hulp en zittend in het zadel (schouders
lichtjes naar voor gebracht).
- Op stap, met hulp en progressief de halve zit
aannemend.
- Op stap, zonder hulp en in halve zit.
Na deze voorbereiding, kan de ruiter direkt overgaan
tot het boogschieten in galop.
Zoals voorgaand uitgelegd, komt het veel voor (vooral
in het begin van het aanleren) dat tijdens de galop
in de gang, het paard de indruk geeft naar een hogere
snelheid te gaan (versnellen) als de ruiter zijn pijl
afschiet. Meestal is dit meer aan het geluid gelegen
van de pijl die het doel raakt (vooral als dit van
karton is) dan aan het geluid van de boogpees. Op
dat moment terugvallen op schieten in stilstand of
op stap om het aanleren te bevestigen en het paard
gerust te stellen, en waarom niet verderwerken met
schieten in draf.
Als daarentegen het paard versnelt als het de ruiter
uit het zadel voelt komen, moet men het paard herwerken
zonder boog, de schietpositie nadoend tijdens de passages
in galop in de gang. Het is op dat moment belangrijk
zich enkel te concentreren op het werk van het paard
en terug te vallen op de klassieke dressuurmethodes
(gebruikmakend bijvoorbeeld van meerdere kleine opeen-volgende
halve ophoudingen teneinde het paard op te nemen dat
tendens heeft te versnellen elke keer de ruiter uit
het zadel komt).
Als we het spel en het zicht als versnellingsoorzaken
beschouwen, moet men weten dat het feit voorbij het
doel te passeren bij sommige paarden een stimulus
uitmaakt.
Deze methode is misschien de beste niet, maar ze
heeft, sinds lang, haar proeve afgelegd. Sommige paarden
reageren niet, andere maken vanin het begin geen probleem,
terwijl nog andere langer schrik kunnen hebben er
niet aan twijfelend dat de ruiter ze geen enkel kwaad
wil (het is aan die laatste te laten verstaan aan
het paard dat er niets te vrezen is en de communicatie
te gebruiken).
Wanneer het paard een probleem ondervindt, nooit twijfelen
een of twee etapes terug te gaan.
De goede « africhter » moet zich steeds herrineren
dat goed werk, voor een goed resultaat, veel tijd
in beslag neemt en enorm veel geduld vraagt. Nooit
uit het zicht verliezen de een fout zeer snel gemaakt
wordt, en dat deze vaak zware gevolgen heeft.
|