YOSEIKAN BAJUTSU
Japanse krijgskunst te paard.

Erkend door "Ligue Equestre Wallonie-Bruxelles" en "Fédération Royale Belge des Sports Equestres".
Les écuries du Grand Royal à Beuzet en Belgique
Français Nederlands ItalianoDeutsch English

PRESENTATIE

HISTORIEK DE GRADEN TECHNISCHE FICHES KALENDER INFORMATIE

VERBINDINGEN

GOUDEN BOEK

 

Hit-Parade

Votez pour notre site !

KYU-JUTSU - Het mikken en de verschillende types van aanleggen


Ons boogschieten (te paard) is een instinctief schieten. Het mikken bij het instinctief schieten bestaat er vooral in om niet te mikken. 't Is te zeggen dat de hersenen alle parameters van de vlucht van uw pijl opnemen : snelheid, trajekttrajectoire, schiethoek, sterkte van de boog. Ze assimileren deze tijdens de trainingen door de systematische herhaling van dezelde handeling. Eenmaal deze gegevens ingewonnen, geven de hersens de schietpositie door aan de ledematen. Het is aangeraden steeds hetzelfde gewicht van pijl, dezelfde weerstand van de pijlbuis, hetzelfde  gewicht van de punt te behouden voor dezelfde sterkte van de boog. De concentratie van de schutter is van kapitaal belang. Eenmaal het te bereiken doel in zicht, laat de boogschutter dit niet meer los. De boog en pijl moeten zich samensmelten ten voordele van de aktie.doivent.Om het gezichtsveld op het doel te verruimen wordt de boog lichtjes schuin gehouden. Deze positie van de boog laat eveneens toe de pijl beter te dragen op de pijlhouder tijdens het snelschieten. Door deze techniek te ontwikkelen, bekopmt men de indruk dat de pijl reeds in de roos zit voodat
hij zelfs afgeschoten is.

De manier van vastnemen van de pijl in het snelschieten is mediteriniaans (of sigarethouding) : Één vinger boven, twee onde de aanleg.

Sommigen gebruiken geweerloophouding (drie vingers onder) voor het instinctief schieten. Feitelijk kan deze manier gebruikt worden voor het schieten te voet. De drie vingers zijn dus tesamen onder de aanleg. Het ankerpunt (plaats van het gezicht of het lichaam waar de schutter zijn hand en geheel koord-aanleg naartoebrengt) plaatst zich onder de ogen en de schutter mikt dan langs de schacht van de pijl zoals bij een geweerloop. De schutter weet dan dat hij zijn pijl zoveel centimeters onder het doel bij korte afstand, in de roos op een ander afstand en op zoveel centimeters boven het doel bij verdere afstand moet plaatsen.Deze 
techniek kan ontegenspekelijk doeltreffend zijn maar heeft negatieve aspekten : boven de afstand waar men kan richten door de pijlpunt in de roos te plaatsen, verbergen pijl, handhandvat de juiste plaats om het doel te bereiken. Temeer dat de drie vingers onder de aanleg geplaatst een hoek in de koord creëren zodat deze daar ze enkel op de bovenste helft steunneemt systematisch een harde slag krijgt. Herhaling ervan en het leeg afschieten van de boog (60% faktor voor breken van boog)kunnen het breken van de aanleg veroorzaken. Een handige variante aan het schieten als geweerloop bestaat erin om systematisch op het 
midden van het doel te richten en de hand met de aanleg te verplaatsen langs het gezicht. De verhoging is hier dus gedaan door een ingebeelde graduatie vertrekkende van de wang. naar de mondhoek. Voordeel ervan is het voorkomen van het zichtveldverlies op grote afstand.

Het is onnodig de technische gegevens uit te diepen aangaande nokregeling, koord , enz…, In ieder geval is een goede manier om de nok te regelen de volgende : als uw pijl het doel raakt met de greep naar boven, verlaag uw nokset, met de greep naar onder,verhoog dan de nokset. 

Het is geweten dat de mediteriniaanse manier in het algemeen een betere pijlkontrole toelaat Bij verplaatsingen of tijdens snelschieten. Belangrijk bij deze manier van aanleggen is om de vingers niet dicht te knijpen op de aanleg daar de pijl enerzijds de tendens heeft uit de pijlhouder te wippen en daar anderzijds het schot zal afgebogen worden.

 

  • Primaire aanleg :

Het gaat hem om de simpelste aanleg (gebruikt tenandere door alle kinderen op de wereld) Het is voldoende de pijl tussen duim en wijs-Lvinger te nemen. De gebruikte pijl bij deze methode heeft over het algemeen een verdikking aan de hiel die gegroefd of ruw is voor een betere pak.

 

  • Secundaire aanleg :

De pijl wordt vastgehouden door de duim en De geplooide wijsvinger, maar de midden- en ringvinger gedragen op de koord, laten de schutter toe een sterkere boog te gebruiken

 

  • Tertiaire aanleg :

Bestaat erin de wijsvinger bijna recht en niet geplooid te houden (zoals in de twee vorige methodes) en het uiteinde van de midden-en ringvinger trekken de koord, de pijl vastgehouden tussen de uiteinden van de duim en de wijsvinger.

 

  • Mediteriniaanse aanleg :

Bestaat erin de koord te trekken met het uiteinde van de wijs-, midden- en ringvinger; de duim is inert en de pink wordt bijna nooit gebruikt. Wijsvinger boven, midden- en ringvinger onderde aanleg.

Variante : de wijs- en middenvinger gebruiken Daar men mmeer kracht heeft of omdat de Boog minder krachtig is.

 

  • Mongoolse aanleg :

De koord is naar achter getrokken door de geplooide duim terwijl de wijsvinger zich rond het uiteinde van de duim plooid om deze te helpen zich op zijn plaats te houden. De pijl wordt ter hoogt van het samenkomen van de wijsvinger en de duim gehouden.

 

Stany LEDIEU



[Vertaling originele tekst door Dirk Gasthuys]
Copyright - Bajutsu - Tous droits réservés-1999/2003